Warming-up
De warming-up is zeer belangrijk. Het lichaam moet eerst op temperatuur komen om blessures te voorkomen. Tevens is dit een moment om met elkaar te praten over van alles en nog wat.
Inlopen
De warming-up begint met enkele rondjes inlopen op het buffelpad. 3 a 4 rondjes buffelpad is voldoende om op temperatuur te komen. Dit gebeurt in een relatief laag tempo. Belangrijk is om niet de snelste lopers het tempo te laten bepalen.
Rekken en strekken
Hierna worden de beenspieren licht gerekt. Belangrijk zijn de kuitspieren, de hamstrings, de quadriceps en de lies. De armspieren mogen niet vergeten worden, maar dit kan het beste na de looptraining op de baan.
Loopscholing
Daarna volgt een lichte looptraining op de baan. Dit kan bestaan uit zijwaartse passen, skippings en hakkebil, loopsprongen enz. Deze oefeningen zijn nodig om de juiste looppas aan te nemen. Dit zoekt het lichaam vanzelf. (Kijk eens naar het verschil in loopstijl bij iemand die voor zichzelf loopt of die regelmatig op de baan te vinden is) Ook worden tijdens deze oefeningen de armen los gezwaaid, gevolgd door een aantal rekkingsoefeningen.
Tot zover de warming-up. Dit moet voor iedereen te doen zijn.
Spierversterkende oefeningen
Bij goed weer kunnen een hoeveelheid spierversterkende oefeningen gegeven worden. De rompspieren zijn hierbij belangrijk. Buikspieren zijn bij survival heel belangrijk. Vergeet de tegenhanger niet, de rugspier. Dit om rugblessures te voorkomen. Belangrijk is dat iedereen het bij kan houden. Aflopend in getraindheid zou je iemand iets 10, 5 of 3 keer kunnen laten doen.
Dinsdag – intensief
De loopstukken zullen wat korter zijn en sneller. Snelheid moet je vergelijken met je 5 km tempo. De afstanden lopen uiteen van 100 tot 400 meter. (op de baan) De interval rust zal 1 a 2 minuten dribbelen zijn. In deze rust kunnen achterblijvers bijtrekken en kunnen ze evt. een ronde overslaan. Ook estafettevormen zullen zeer effectief zijn omdat ieder op zijn eigen niveau dan even volle bak gaat. De hindernissen zullen gericht zijn op een beperkt aantal spiergroepen. Door enkele spieren in diverse oefeningen flink te verzuren zullen deze snel sterker worden. De oefeningen moeten afgewisseld worden met een ronde heel rustig dribbelen.
Donderdag – extensief
De loopstukken zullen langer zijn en minder intensief. De snelheid moet je vergelijken met je 10 km tempo. De afstanden lopen uiteen van 500 tot 1000 meter. (buffelpad is 550 meter) De interval rust bestaat uit 1 a 2 minuten dribbelen. De hindernissen kunnen in een rustig tempo uitgevoerd worden in een combinatie van verschillende oefeningen. Een pyramide vorm (1 – 2 – 3 – 4 – 3 – 2 – 1) is ideaal. Iedere combi afwisselen met een ronde heel rustig dribbelen. Om de training wat zwaarder te maken kan er eerst een ronde hardgelopen worden, waarna de rustige ronde volgt.
Logboek
Gratis Logboeken via Haagatletiek. Een logboek is niet alleen een handig middel om je gedane arbeid op papier te zetten, maar ook nuttig, omdat je de ontwikkeling in je training en prestatielopen kunt volgen. Bovendien zijn je gegevens beschikbaar voor medisch en trainingstechnisch advies. Bijvoorbeeld in geval van een overbelastingsblessures, weet je welke trainingsarbeid tot die blessure heeft geleid. Verder is het een handig hulpmiddel om vast te stellen of je de geplande trainingsarbeid ook daadwerkelijk hebt verricht of dat je aangepast moest trainen i.v.m. ziekte.


